Amerikaanse aandelen herstelden zich donderdag, waarbij ze de verliezen van de vorige sessie van zich afschudden nadat de Federal Reserve de mogelijkheid van een renteverhoging dit jaar had gesignaleerd. De S&P 500 steeg met 1,08% en sloot op 7.500,58, de Nasdaq Composite klom met 1,91% naar 26.517,93, en de Dow Jones Industrial Average voegde 72 punten, of 0,14%, toe om te eindigen op 51.564,70. Donderdag was de laatste handelsdag van de afgelopen week, daar de Amerikaanse beurs op vrijdag gesloten was in verband met een feestdag.
Voor de week steeg de S&P 500 met 0,9%, terwijl de Nasdaq met 2,4% steeg en de Dow met 0,7% vooruitging. Intel leidde de chip-aandelen hoger, steeg met 10,6% nadat president Donald Trump aankondigde dat het bedrijf zou samenwerken met Apple om chips in eigen land te ontwerpen. Andere namen in de halfgeleidersector volgden hetzelfde pad. De verkoopgolf van woensdag was veroorzaakt door de eerste beleidsvergadering van de Federal Reserve onder de nieuwe voorzitter Kevin Warsh. De stemming van de centrale bank toonde aan dat negen van de achttien functionarissen nu verwachten dat de rente in 2026 zal stijgen, wat investeerders nerveus maakte die al gevoelig zijn voor elke verschuiving in de renteverwachtingen. Door een stijging in plaats van een daling moesten alle edelmetalen terrein prijsgeven. Warsh droeg bij aan de onzekerheid door zich te onthouden van het indienen van zijn eigen rentevoorspelling, hoewel hij herhaaldelijk het doel van “prijsstabiliteit” benadrukte in een toon die door de markten als havikachtig werd opgevat. Ondanks de turbulentie halverwege de week blijven de belangrijkste indexen dicht bij recordhoogtes, ondersteund door sterke bedrijfswinsten die verband houden met een AI-investeringsboom en opluchting na een oplossing in het Iran-conflict. De olieprijzen konden voor de week fors dalen. Een vat West Texas Intermediate sloot vrijdag op $76,60. Twee weken geleden stonden we nog boven de $90. De verwachting is dat de olieprijzen verder zullen gaan dalen. De regering van Amerika hoopt op een daling tot ongeveer $50. Dat zou een enorme stimulans zijn voor de wereldwijde economie. De tussentijdse verkiezingen in november zijn een belangrijk meetpunt van zijn beleid. Mochten de prijzen van olie inderdaad verder dalen en daarmee de prijzen van vele goederen, dat zou de stemmer natuurlijk in het voordeel van Trump brengen. Wij hebben de huidige stijgingen van de inflatie gezien als tijdelijk, mits er een oplossing zou komen rond Iran en dat de olieprijzen daadwerkelijk zouden gaan dalen. Dat zal zorgen voor een lage inflatie en men zal dan moeten oppassen dat er geen deflatie komt. Maar daar gaan we het over hebben, mochten we die status gaan bereiken. Macro tegenstromen blijven echter bestaan. De door de Fed geprefereerde inflatiemeter en een definitieve lezing van het bruto binnenlands product van het eerste kwartaal worden beide deze week verwacht, wat nieuwe inzichten biedt in de gezondheid van de consument en het tempo van de economische groei. Met AI die veel van de marktwinsten van dit jaar aandrijft, wachten investeerders vol spanning op de kwartaalresultaten van Micron Technology deze week. Deze cijfers komen op woensdag naar buiten. Als de cijfers beter zullen zijn dan verwacht, dan zullen investeerders die op zoek zijn naar bewijs dat de rally nog meer ruimte heeft om door te gaan, een reden hebben om het feest nog even door te laten gaan. De aandelen van Micron zijn dit jaar met bijna 300% gestegen, waardoor het een van de meest prominente begunstigden van de boom in datacenteruitgaven op de markt is. De waarderingen op de bredere markt zijn ook hoog, en de vragen nemen toe of de door AI aangedreven vooruitgang niet te ver doorgeschoten is. Sterke resultaten van Micron, vooral eventuele signalen van aanhoudende investeringen in datacenters en de winstgevendheid van halfgeleiders, zouden investeerders het vertrouwen kunnen geven om de rally voort te zetten. Momenteel zit de S&P 500 gevangen tussen 7.350 en 7.550. Op vrijdag sloot de index op 7.500,58. Wij denken dat we een katalysator nodig hebben om door de bovengrens van 7.550 heen te kunnen breken. Die zien we eigenlijk niet, behalve als de olieprijzen rond de $60 zullen dalen. Wel zien we dat er vermoeidheid is rond de meeste aandelensectoren. Alleen de halfgeleiders doen het nog goed. Maar deze sector is al zoveel gestegen. De grootste verrassingen zijn naar boven, maar wij zijn bang dat ook deze sector te veel is gestegen dit jaar, vooruitlopend op wat komen gaat met alles wat met AI te maken heeft. Wij durven daar geen geld in te steken, in tegendeel. Sinds april zijn de beurzen gestegen zonder een echte pauze. Die pauze zou nu wel eens kunnen komen. Dat wil niet zeggen dat we hard onderuitgaan. Maar voorzichtigheid is wel geboden. We nemen onze winsten en kijken vooruit naar wat komen gaat. We willen niet al onze eieren in één mandje plaatsen. We tonen geduld met onze cashpositie en wachten de ontwikkelingen rond Iran en de olieprijzen rustig af. Mocht de inflatie daadwerkelijk gaan dalen in de komende maanden, dan verwachten wij absoluut een eindejaarsrally voor de aandelenmarkten. Vooral consumentengoederen kunnen dan profiteren van meer besteedbaar inkomen van de burgers. Maar tot die tijd houden we liever ons kruit droog.