De aandelenmarkten blijven rustig doorstijgen. De stijgingen zijn niet spectaculair, maar een stijging is een stijging. De kwartaalcijfers tot nu toe zijn gemengd. Sommige cijfers zijn beter dan verwacht. Maar de verwachtingen zijn laag gespannen. Ook het aantal bedrijven dat een beter resultaat laat zien dan verwacht is aan het afnemen. De stijgingen nadat bedrijven hun betere cijfers laten zien, valt ook tegen. Toch stijgen de indexen. Een teken van kracht. Als we naar de rente in de afgelopen week kijken, dan blijft ook die dichtbij huis. Vorige week sloot de 10 jaar rente op 4,23%. Afgelopen vrijdag sloot de 10 jaar rente in Amerika op 4,14%. We kabbelen dus rustig naar boven. Het groeicijfer van de Amerikaanse economie kwam hoger uit dan verwacht. Men had een groei van de economie verwacht van 2%. De daadwerkelijke groei kwam uit op 3,3%. De reactie op dit cijfer was nogal zwak. De reden is dat de groei voornamelijk lag aan de overheid. Er was dus weinig groei gesteund door de bedrijven. Dit is iets waar we al een tijd voor waarschuwen. Deze regering ziet en creëert groei vanuit de overheid uit. Niet vanuit het bedrijfsleven. Een regering kan natuurlijk de economie steunen, maar dit is niet een recept voor een jarenlange groei, mits je het overheidstekort niet te ver wil laten oplopen. Deze regering strooit met geld en dat geld moet geleend worden en uiteindelijk worden terugbetaald. De geschiedenis leert ons dat als je de aanbodkant van de economie stimuleert dat je meer effect hebt en het zich uiteindelijk zichzelf terugbetaald. Maar stimuleer je de vraagkant, dan blijf je lenen en het wordt een drama om die leningen af te betalen. De verkiezingen in november zullen voor een groot deel gaan over de financiën. Voor de week was de S&P 500 de grootste stijger. Deze index won voor de week 1,1%. De Dow-Jones won voor de week 0,6%. De Nasdaq kon net aan een plusje noteren. Deze index steeg voor de week met 0,09%. Zowel de Dow-Jones als de S&P 500 konden verschillende slotrecords vestigen in de afgelopen week.

 

In de komende week zijn er een groot aantal technologiebedrijven die met hun cijfers naar buiten komen. Het Artificial Intelligence (AI) verhaal zal wellicht weer een belangrijke rol gaan spelen. Microsoft, Google, Meta en Apple zijn maar een paar bedrijven die met hun cijfers komen. Buiten deze grootmachten komt bijna 20% van de S&P 500 genoteerde bedrijven met hun cijfers naar buiten. Dit kan de indexen verder opduwen. We merken wel dat het stijgen steeds moeizamer gaat, maar wellicht met een paar meevallers, kan de S&P 500 index wel eens de 5.000 puntengrens gaan proberen op te zoeken. Al denken wij dat het niet veel verder zal stijgen. Afgelopen vrijdag sloot de S&P 500 index op4.890,87 punten. Buiten de kwartaalcijfers komt het stelsel van centrale banken van Amerika (FED) deze week bijeen. Op dinsdag en woensdag vergadert men en bepaald men het rentebeleid. Wij verwachten geen verandering, als men woensdag om twee uur haar beslissing bekent maakt. We zijn wel heel benieuwd naar de persconferentie die rond half drie volgt. Gaat men melden dat ze snel de rente gaat verlagen, of gooit men wat koud water over deze verwachtingen. Gezien het feit dat we nog steeds een inflatiecijfer hebben, dat hoger ligt dan gewenst, verwachten wij geen uitspraken die de rente laat dalen. Want een lagere rente, kan inflatie weer aanwakkeren. De inflatie is toch al langer, hoger dan dat velen hadden verwacht. Wij denken dat de inflatie ook nog langer in ons midden zal blijven. De regering roept trots dat de inflatie aan het afnemen is, maar inflatie is inflatie. De koopkracht is fors afgenomen sinds het aantreden van deze regering. De daarbij oplopende inflatie heeft ervoor gezorgd dat mensen ruim 20% minder besteedbaar inkomen hebben. Het is dus voor de FED belangrijk om te zorgen dat de inflatie niet nog verder gaat oplopen. Men zal dus voorzichtig zijn tijdens de persconferentie. Wij verwachten pas in juni op zijn vroegst een eerste daling van de rente door de FED. Op dit moment vinden wij de indexen te hoog staan. Niet dat de indexen naar ons luisteren. Maar we zijn voorzichtig om nieuw geld aan het werk te zetten. We denken dat de binnenkort er een betere mogelijkheid komt. We jagen op dit moment de markten niet na. In Amerika noemen ze dit FOMO. Fear of missing out. Beleggen is al moeilijk genoeg. Dus wachten we een moment af, waarbij het goedkoper is om in te stappen. Geduld om posities in te nemen is het meest moeilijke om te doen. Want iedereen roept hoe geweldig het momenteel allemaal is. Maar de indexen zijn duur en we zien niet de rapporten welke we willen zien. Daarnaast zijn er nogal veel onzekere factoren. Denk aan Oekraïne, Israel en het gedrag van Iran. Plus het is een jaar van de verkiezingen. De twijfel zal dit jaar zeker toeslaan en daarmee zullen we de aandelen zien dalen. Dat is een perfect moment om weer aandelen te gaan kopen. We houden dus momenteel liever ons kruit droog. Heb geduld, dat wordt zeker beloond!