Vanaf afgelopen woensdag kregen de beurzen in Amerika vleugels. Het lijkt erop dat de bankencrisis al snel achter de rug is. Iedere dag zonder een bank die omvalt, versterkt het vertrouwen. Op vrijdag kwam niet alleen een einde aan een beursweek, maar ook het einde van het kwartaal. In 2022 hield alleen de Dow-Jones de schade beperkt en moesten zowel de S&P 500, als de Nasdaq flink terrein prijs geven. Dit jaar is het precies andersom. De Dow-Jones kon mede door een goede week, het kwartaal afsluiten in de plus. Al was de stijging klein. De Dow-Jones steeg de eerste drie maanden van dit jaar 0,4%. De S&P 500 deed het beter, met een stijging van 7%. De Nasdaq was de grootste stijger het eerste kwartaal, met een stijging van 16,8%. Dit was eigenlijk onverwacht, zeker na de afstraffing van 2022. Maar het lijkt erop alsof de beleggers vooral de verliezers van 2022 wilde kopen. Voor de week konden alle indexen een goede plus noteren. De Dow-Jones steeg afgelopen week met 3,2%. De Nasdaq deed het iets beter, met een stijging van 3,4%. De S&P 500 kon de grootste stijging noteren met een plus van 3,5%. De indexen bleven dus voor de week dicht bij elkaar.

 

Natuurlijk is nu de vraag hoe verder. Zeker voor de Nasdaq, na zo een goede stijging de eerste drie maanden. Alles blijft afhangen van de rente in Amerika. Door de problemen bij de kleinere banken, zal het verschaffen van krediet naar alle waarschijnlijkheid gaan afnemen. Dit zal het stelsel van centrale banken in Amerika (FED) helpen. Het doel van de renteverhogingen van de FED is om de geldhoeveelheid te laten dalen. Als de kredieten dalen, zal dit automatisch betekenen dat de geldhoeveelheid ook afneemt. Hierdoor hoeft de FED minder vaak de rente te verhogen, om zo de inflatie te beperken. De inflatie blijft echter langer hoog dan verwacht. Althans voor de FED. Bijna alle economen hadden vorig jaar al gewaarschuwd dat de FED de inflatie aan het onderschatten was. De stappen van de FED waren dan ook eigenlijk te laat. Maar daar staat de FED om bekent. Doordat men te laat was met het verhogen van de rente, is de inflatie veel verder opgelopen dan nodig was. Doordat de inflatie langer hoog was, is er een ander component van de inflatie een rol gaan spelen. Namelijk dat de salarissen zijn gaan stijgen. Ook dit zorgt voor inflatie. Stijgende lonen zorgen immers dat er meer geld in het systeem terecht komt. Dit soort inflatie blijft langer doorspelen. Iets wat we nu zien. In het afgelopen weekend werd bekend dat de OPEC + de productie van olie met 1,16 miljoen vaten gaat beperken. Dit is goed voor de olieprijs, maar slecht nieuws voor de inflatie. De oplopende energieprijzen was de aanleiding tot een hogere inflatie. Immers bij het produceren, het vervoeren en het consumeren is er bij iedere stap energie nodig. Dit zal dus betekenen dat we kortstondig weer een hogere inflatie kunnen verwachten. Een geluk bij een ongeluk is dat energie niet in het kern inflatiecijfer voor komt. Dus we gaan een vertekend beeld zien. De heer Powell heeft tijdens zijn laatste persconferentie gemeld dat we wellicht nog maar één verhoging dit jaar zullen krijgen. Dit deed hij om de bankencrisis zo snel mogelijk onder controle te krijgen. Wij denken dat we er nog ergens een zullen krijgen. Zeker nu de prijs van een vat olie naar alle verwachting verder op zal lopen. Wellicht zelfs weer richting de $100 per vat. Amerika zal de stijging van een vat olie kunnen opvangen op twee verschillende manieren. Welke wij het meest voor de hand zien liggen is dat men weer uit de strategische reserve olie op de markt gaat brengen. Wij zien dit als een slechte oplossing. Een betere oplossing zou zijn om weer de kranen op te draaien en de energiebedrijven de mogelijkheid te geven om meer te gaan produceren. Gezien het beleid tot nu toe, is dit laatste bijna vloeken in de kerk. Deze regering wil alles groen doen, maar daarmee zorgt het voor hoge energieprijzen. Verwachten wij nu dat de beurzen negatief gaan reageren? Wij denken van niet. Het lijkt erop dat de onderliggende kracht in de markten voldoende is om de stijging vol te houden. Zoals we al vaker gemeld hebben, het lijkt erop dat de beurzen gevangen zitten tussen twee belangrijke niveaus. Aan de onderkant van de S&P 500 is dat 3.875 punten en aan de bovenkant 4.300 punten. We sloten afgelopen vrijdag op 4.109,31 punten. De weg van de minste weerstand is momenteel omhoog. Waarbij we zullen zien of we door de 4.200 punten heen kunnen breken. Zo ja, dan ligt de weg open voor de 4.300 puntengrens. Tegen die tijd adviseren we echter wel om winsten te nemen en even af te wachten of we door die laatste grens heen kunnen breken. Lukt dat niet, dan kunnen we weer helemaal terugvallen richting de 3.875 punten. Waar we wellicht weer in zullen stappen, voor de volgende stijging. Mochten we wel door de 4.300 punten grens heen kunnen breken en daar drie dagen boven kunnen handelen, dan is de kans groot dat de huidige top een bodem wordt en dat we verder kunnen stijgen. Dan missen we een stukje winst, maar hebben wel meer zekerheid van de richting van de markten. Deze week is een korte handelsweek. Vrijdag zijn de beurzen gesloten in verband met “goede vrijdag”. Maandag zijn de beurzen wel weer open. Dan komen ook weer de eerste kwartaalcijfers naar buiten, die de beurzen naar een bepaalde richting zullen duwen. Kortom, er is genoeg om over na te denken. Maar voor nu verwachten wij hogere koersen.